615 Jullie vlees is zo vuil

615 Jullie vlees is zo vuil

1 Wanneer jullie je zo netjes kleden, zijn jullie dan niet bang dat jullie steeds dieper verstrikt raken? Weten jullie niet dat jullie oorspronkelijk de zonde toebehoorden? Weten jullie niet dat jullie lichaam met lust vervuld is? Jullie lust sijpelt zelfs door jullie kleding heen en onthult jullie toestand als een ondraaglijk lelijke, vuile demon. Is dit niet wat van jullie allemaal het duidelijkst is? Jullie hart, jullie ogen, jullie lippen − zijn ze niet allemaal verontreinigd door vuile demonen? Zijn ze niet vuil? Je denkt dat je uitermate heilig bent zolang je niets immoreels doet; jullie denken dat jullie met nette kleding jullie verachtelijke ziel kunt bedekken − vergeet het maar!

2 Ik adviseer jullie om realistischer te zijn: wees niet frauduleus, doe jullie niet anders voor en loop niet met jezelf te koop. Jullie pronken met jullie lust jegens elkaar, maar jullie zal alleen maar eeuwig leed en harteloze kastijding te beurt vallen! Welke behoefte heb je om met elkaar te flirten en verliefd te zijn? Is dit jullie rechtschapenheid? Ik verafschuw de mensen onder jullie die aan tovenarij doen en mensen met tovenarij proberen te genezen, ik verafschuw jonge mannen en vrouwen onder jullie die hun eigen vlees liefhebben. Jullie moeten jezelf beheersen, want vandaag vraag ik dat jullie normale menselijkheid bezitten, niet dat jullie met jullie lust pronken. Jullie grijpen altijd elke kans die je kunt, want jullie vlees is te overdadig en jullie lust te groot!

Naar ‘Praktijk (7)’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

615 Jullie vlees is zo vuil